Tussen de ontbijttafel en bloedcontrole



Mijn twee kerels zijn net op de schoolbus gestapt.
Ze zijn, min of meer, aangekleed geraakt.
Het aanrecht is bezaaid met lege bordjes en kommetjes.
De keukentafel ligt nog vol broodkruimels.
De bel gaat en daar staat de verpleegster terug.
De tweewekelijkse bloedcontrole midden in de ochtendrush.

Wanneer ze weg is, kijk ik even naar mijn arm.
Ik kijk naar het afval van pleistertjes tussen de broodresten.
Alsof het erbij hoort nu, in dat leven van alledag.
Ergens, denk ik, zijn we stilletjes aan op dat punt gekomen.
Het ziek zijn maakt deel uit van ons gezinsleven.

De kinderen weten dat mama vaker ziek is.
Dat we minder plannen omdat het soms nu eenmaal niet lukt.
In onze agenda horen afspraken met neurologen en oogartsen erbij.
We proberen, ondanks alles, de kinderen een redelijk gewoon gezinsleven te geven.
Eentje waarin we blijven zorg dragen voor elkaar.

Toch is er ergens wat rust gekomen.
Of eerder berusting.
Sinds december zijn er geen nieuwe ontstekingen geweest aan mijn oogzenuw.
De medicatie om de auto immuunziekte onder controle te houden lijkt aan te slaan.
De bijwerkingen neem ik er bij.
Het lukt me ook al een tijdje om terug halftijds te werken.
Ik kan grotendeels terug mama zijn voor mijn kinderen
En af en toe in het weekend zelfs al iets te doen.
Soms kan ik al terug 's ochtends mijn ogen openen zonder bang te zijn dat alles troebel of zwart is.

Ik durf voor het eerst in lange tijd voorzichtig stellen dat ik weer wat 'tevreden' ben.
Het leven voelt soms terug 'gewoon'.
Iets waar ik enorm kan van genieten.
Ik had nooit verwacht zo te kunnen verlangen naar 'gewoon'.










1 opmerking

  1. <3. Gewoon kan zo geruststellend zijn. Fijn te horen dat jullie het op de een of andere manier toch een plaatsje aan het geven zijn nu ��

    BeantwoordenVerwijderen

Reactie