Verbondenheid in de ziekenhuiskamer


De vrouw naast mij op de kamer was 71 jaar oud.
Ze was bang en had pijn.
De dokters bevestigden twintig nietjes in haar onderrug.
En wanneer ze pijn had, deed het deugd om te praten.
Ze vroeg of ze met mij kon praten.
Ik had daar absoluut geen probleem mee.
Want ik kon ook best wel wat afleiding gebruiken.

We waren allebei geopereerd door dezelfde dokter.
Alleen kon ik al na een nacht terug uit bed en zij niet.
De eerste nacht was voor beiden de moeilijkste.
Ik hoorde haar soms huilen in haar bed.
Ze schaamde zich en ik vertelde haar dat het niet hoefde.

Het gordijn tussen onze beide kamerdelen was gesloten voor de nachtrust.
Dat had de verpleegster gedaan.
Toen het ochtend was, vroeg ze me of ik al wakker was.
"Ik moet je iets vertellen" zei ze.
"En je zal waarschijnlijk lachen maar dat geeft niet."
Ik schoof het gordijn opzij en beloofde plechtig om niet te lachen.

"Ik kan niet slapen als ik niet heb gebeden.
Ik heb gisterenavond voor iedereen die het nodig heeft gebeden.
Ook voor u zodat je snel terug voor je kinderen kan zorgen."
Haar gebaar ontroerde me.
Ik vertelde haar dat ik nooit met zoiets zou lachen want dat ik die avond ook had gebeden.
En ook voor haar, dat ze niet teveel pijn zou hebben die nacht.
Het was mooi om in die kamer te liggen met haar.
Geloof komt in de media en het dagelijks leven vaak voor als iets wat ons uiteen drijft.
Maar daar, die negende februari in die ziekenhuiskamer, zorgde het voor verbondenheid tussen ons.
Tussen jong en oud, twee tot voor kort onbekenden.
Iets wat me, ondanks de pijn, heel dankbaar stemde.

Geen opmerkingen

Reactie