En toen ging het licht uit



De felle lampen prikken in mijn ogen.
Ik voel een traan rollen over mijn wang.
Mijn handen en voeten hebben ijskoud.
Ik kan mijn armen en benen niet bewegen.
De dokter vraagt me iets maar ik kan moeilijk praten.
In mijn hoofd schreeuw ik het uit:
“Ik wil hier niet zijn. Ik wil werken.
Er zijn mensen die niet willen werken en ik wil het zo graag.
God, ik wil beter worden.”

Al meer dan een jaar wil mijn lichaam niet meer mee.
Ik kan niet meer voluit leven, werken, mezelf zijn,... omdat mijn lichaam me in de steek laat.
Voor iedere gezonde week is er een week met ziekte.
En er is vaak pijn.
Ik voel me gevangen in mijn eigen lichaam.
Want ik wil zo graag.

Ik probeer me vast te klampen aan lichtpuntjes.
Het goede te zien, mijn hoofd recht te zetten en vooruit te kijken.
Alleen weet ik niet goed wat er daar nog ligt.
Terwijl ze me op de brandcard door het ziekenhuis rollen, voel ik me verslagen.
Ik heb de voorbije weken al vaker pijn gehad.
Maar ik dacht dat het met wat extra pijnstillers en doorbijten wel zou lukken.
Dat was buiten mijn eigen lichaam gerekend.
Op een of andere manier heeft het op een heel plotse wijze toch ‘stop’ geroepen.
Of ik dat nu wil of niet.

De voorbije nacht heb ik gehuild.
Iets wat ik de komende weken nog vaker zal doen.
Ik focus me op de lichtpuntjes want ik wil heel graag opnieuw voluit leven, werken, genieten,...
Mijn kinderen hebben ondertussen hun speelgoedbakken naast de zetel geschoven.
Ze liggen naast mij, samen met mijn man.
De steun van de mensen rondom mij doet me deugd.
Ik kan nu even alle lichtpuntjes, groot of klein, gebruiken.



1 opmerking

  1. Neem alle tijd voor jezelf die je nodig hebt. Je hebt maar een lijf dus laat het goed herstellen. Dikke knuffels!

    BeantwoordenVerwijderen

Reactie